Werk als onderdeel van een hoopvol toekomstperspectief

In het boek Jesaja bemoedigt de profeet  het volk Israël met het vooruitzicht dat God hen uit hun lijden zal verlossen en gerechtigheid zal brengen. Werk, en de vruchten daarvan, zijn bij dit toekomstperspectief inbegrepen.

Vanaf hoofdstuk 40 begint een verschuiving van waarheid over het heden naar profetieën over de toekomst, hiermee groeit ook het besef van hoop. De verwijzing naar de lijdende dienaar laten een vooruitzicht zien van de toekomstige vestiging van Gods koninkrijk. Verder in het boek, vanaf hoofdstuk 60, wordt dit vooruitzicht nader toegelicht. God zal zijn volk weer bijeenbrengen (vers 4). Hij zal de onderdrukkers overwinnen, rebellen die berouw tonen verlossen en zijn rechtvaardige koninkrijk vestigen. God zelf zal regeren: “dan zul je beseffen dat ik, de Heer, je redder ben, je beschermer, de machtige van Jacob” (vers 16).

Deze verandering is zo radicaal dat het neerkomt op een nieuwe schepping. “Zie, ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wat er vroeger was raakt in vergetelheid, het komt niemand ooit nog voor de geest” (Jes. 65:17).

De hoofdstukken 60 tot en met 66 zijn rijk aan levendige schetsen van dat Goddelijke koninkrijk. Een groot deel van de eschatologische beeldspraak van het Nieuwe Testament is afgeleid van deze hoofdstukken uit Jesaja. De laatste hoofdstukken van de openbaring van Johannes zijn in essentie een samenvatting van Jesaja 65 en 66 in christelijke termen.

Het is bijzonder hoeveel beelden in Jesaja gerelateerd zijn aan het werk van onze handen en de resultaten ervan. De dingen waar mensen voor werken in hun leven komen eindelijk tot volle bloei.

Een paar voorbeelden:

  • Sociaal-maatschappelijke dienstverlening (Jes. 61:1-4)1
  • Veeteelt, land- en bosbouw (Jes. 60:13)2
  • Eten en drinken (Jes. 65:13)3
  • Gerechtigheid en vrede (Jes. 60:17-18)4

Al deze zaken zijn de Israëlieten ontglipt in hun ontrouw aan God. Hoe harder ze het najoegen, hoe minder aandacht ze hadden voor de aanbidding van God en het volgen van Zijn weg. Daardoor leden zij nog meer gebrek. Maar wanneer het boek Jesaja Israëls toekomstperspectief presenteert als de Nieuwe Schepping waar God regeert, komen alle voorgaande beloften weer naar boven. Het geschetste beeld is dat van een toekomstige eschatologische dag, een laatste dag waarop de “rechtvaardige nakomelingen van de dienaar” alle zegeningen van het eerder geschetste Messiaanse tijdperk zullen genieten. Dan ontvangen zij de dingen waarvoor ze werken en zullen ze zich niet langer “tevergeefs afmatten” (Jes. 65:235). Israëls verdriet zal veranderen in vreugde, en een hoofdbestanddeel van die vreugde is genieten van het werk van hun eigen handen.

Voetnoten

  1. JESAJA 61:1-4 (NBV) Profetie over de komende glorie 1 De geest van God, de HEER, rust op mij, want de HEER heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan verslagen harten hoop te bieden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan geketenden hun bevrijding, 2 om een genadejaar van de HEER uit te roepen en een dag van wraak voor onze God, om allen die treuren te troosten, 3 om aan Sions treurenden te schenken een kroon op hun hoofd in plaats van stof, vreugdeolie in plaats van een rouwgewaad, feestkledij in plaats van verslagenheid. Men noemt hen ‘Terebinten van gerechtigheid’, geplant door de HEER als teken van zijn luister. 4 Wat eertijds vernield werd, zullen zij herbouwen, de lang verlaten streken weer bevolken; ze herstellen de vervallen steden, verlaten sinds mensenheugenis.
  2. JESAJA 60:13 (NBV) 13 De luister van de Libanon, den, sneeuwbal en cipres, ze zullen bij je komen, om mijn heiligdom luister bij te zetten; zo eer ik de plaats waar mijn voeten rusten.
  3. JESAJA 65:13 (NBV) 13 Daarom – dit zegt God, de HEER: Mijn dienaren zullen eten, maar jullie zullen honger lijden; mijn dienaren zullen drinken, maar jullie zullen dorst lijden; mijn dienaren zullen zich verheugen, maar jullie zullen te schande staan;
  4. JESAJA 60:17-18 (NBV) 17 In plaats van koper zal ik je goud brengen, in plaats van ijzer breng ik zilver, koper in plaats van bomen, ijzer in plaats van stenen. Ik stel de vrede aan als wachter en de gerechtigheid als het gezag. 18 Van geweld in je land wordt niets meer vernomen, noch van verwoesting en rampspoed binnen je grenzen. Je zult je muren Redding noemen en je poorten Faam.
  5. JESAJA 65:23 (NBV) 23 Zij zullen zich niet tevergeefs afmatten en geen kinderen baren voor een verschrikkelijk lot. Zij zullen, met heel hun nageslacht, een volk zijn dat door de HEER is gezegend