Trouw in het werk

9 Over de onderlinge liefde hoeven wij u niets te schrijven, want u hebt zelf van God geleerd hoe u in liefde met elkaar moet omgaan. 10 U doet dat al met alle gelovigen in heel Macedonië, maar, broeders en zusters, wij sporen u aan het nog veel meer te doen 11 en er een eer in te stellen in alle rust uw eigen zaken te behartigen en uw eigen brood te verdienen. Dat hebben wij u opgedragen, 12 opdat u een eerzaam leven zult leiden in de ogen van hen die niet tot de gemeente behoren, en u van niemand afhankelijk bent. 1 Tessalonicenzen 4:9-12

1 Tessalonicenzen 4:9-12 en 2 Tessalonicenzen. 3: 6-16 1 gaan specifiek over werk (Holtz, 1986) (Donfried, 1985)  (Richard, 1995). Geleerden blijven zich buigen over de vraag wat er in Thessaloniki tot nietsdoen leidde. Om ons goed te kunnen richten op Paulus’ oplossing voor het probleem bij de Tessalonicenzen is enige achtergrondinformatie en mogelijke verklaringen over het ontstaan van het ‘nietsdoen’ nuttig.  

  • Een gangbare uitleg is dat sommige Tessalonicenzen met werken waren gestopt vanwege hun opvattingen over de eindtijd  (Agrell, 1976).  Mogelijk geloofden deze mensen dat ze al in Gods koninkrijk leefden, en ervoeren zij daarom geen noodzaak om te werken; of ze hadden het idee dat werken geen zin had omdat Jezus elk moment terug kon komen. In de brieven aan de Tessalonicenzen passeren heel wat misverstanden over de eindtijd de revue. Het is frappant dat de passages over nietsdoen in zowel 1 Tessalonicenzen 4:9-12 als 2 Tessalonicenzen 3:6-16 in het kader staan van onderwijs over de eindtijd. Paulus legt echter geen expliciet verband tussen ledigheid en eschatologie.
  • Een andere, “nobelere” verklaring is dat sommige Tessalonicenzen hun werk hadden neergelegd om te kunnen evangeliseren. Als ze gedreven werden door de overtuiging dat ze al in de eindtijd leefden, kun je je voorstellen dat ze al hun tijd wilden benutten om het evangelie te verkondigen. Stoppen met werken betekende meer tijd om te evangeliseren (Barclay, 1993). Deze zogenaamde evangelisten staan echter in schril contrast met Paulus, de belangrijkste evangelist, die met handarbeid in zijn eigen levensonderhoud voorzag om de gemeente niet te belasten. De gemeenten in Macedonië stonden bekend om hun bekeringsijver, maar het blijft onduidelijk of de zelfverkozen werklozen in Thessaloniki hun vrije tijd gebruikten om te evangeliseren.
  • Een derde interpretatie is eerder sociologisch dan theologisch van aard. Sommige handarbeiders waren werkloos (als gevolg van laksheid, vervolging of de economische malaise) en afhankelijk van de liefdadigheid van de gemeente. Ze ontdekten dat een gesponsord leven veel gemakkelijker was dan het leven als ploeterende arbeider. De opdracht aan christenen om zorg te dragen voor elkaar werd door hen aangegrepen als rechtvaardiging van deze parasitaire levensstijl  (Aune, 1989).

Het is lastig om te bepalen welke van bovengenoemde verklaringen de juiste is. Als je de brieven aan de Tessalonicenzen leest, valt er voor elke uitleg wat te zeggen. Het is bovendien niet moeilijk om parallellen te zien met de moderne kerk. Voor sommige christenen heeft hun dagelijks werk geen prioriteit, want “Jezus komt spoedig, en dan gaat alles toch in rook op”. Andere christenen rechtvaardigen ondermaatse prestaties op de werkvloer met het excuus dat het evangelie brengen aan collega’s het “echte” doel is waarvoor zij werken. Nutteloze afhankelijkheid van liefdadigheid ontstaat zowel in de lokale context (bijvoorbeeld een predikant die gevraagd wordt geld te geven aan een man wiens moeder is gestorven… al voor de derde keer dit jaar) als in de mondiale context (waarbij je je kunt afvragen of financiële steun aan sommige projecten in het buitenland niet meer kwaad dan goed doet).

Zelfs bij gebrek aan zekerheid over de precieze oorzaak van het nietsdoen in Thessaloniki kunnen we een conclusie trekken. Zo kunnen we vaststellen dat bovengenoemde verklaringen een valse veronderstelling gemeen hebben – namelijk dat het belang van dagelijkse arbeid radicaal is afgenomen door Christus’ komst in de wereld. Mensen lichtten een bepaald aspect van Christus’ leer – zijn wederkomst, zijn zendingsopdracht of zijn gebod om voor elkaar te zorgen – uit de context om hun nietsdoen te rechtvaardigen. Paulus moet daar niets van hebben. Een verantwoordelijk christen omarmt arbeid, zelfs het harde werk van een eerste-eeuwse handarbeider. Het is duidelijk dat Paulus zich stoort aan mensen die profiteren van de vrijgevigheid van geloofsgenoten. Als mensen kunnen werken, moeten ze werken.

Voetnoten

  1. 2 TESSALONICENZEN 3:6-16 (NBV) 6 Broeders en zusters, op gezag van onze Heer Jezus Christus dragen wij u op u niet in te laten met broeders of zusters die hun werk verwaarlozen en niet leven volgens de traditie die wij hebben doorgegeven. 7 U weet zelf wat het betekent ons na te volgen. Toen we bij u waren, hebben we ons dagelijks werk niet verwaarloosd 8 en op niemands kosten geleefd. Integendeel, we hebben ons ingezet en ingespannen, dag en nacht hebben we gewerkt om niemand van u tot last te zijn. 9 Niet dat we geen aanspraak konden maken op uw ondersteuning, maar we wilden onszelf tot voorbeeld stellen, zodat u ons zou navolgen. 10 Toen we bij u waren, hebben we herhaaldelijk gezegd dat wie niet wil werken, niet zal eten. 11 We horen dat sommigen van u hun werk verwaarlozen, dat ze zich niet nuttig maken maar zich slechts onledig houden met nutteloze bezigheden. 12 In naam van de Heer Jezus Christus dragen wij dergelijke mensen nadrukkelijk op rustig hun werk te doen en hun eigen brood te verdienen. 13 Broeders en zusters, doe het goede, zonder op te geven, 14 en wees op uw hoede voor wie geen gehoor geven aan wat wij in deze brief schrijven. Ga niet met hen om, dan zullen ze zich schamen. 15 Behandel hen echter niet als vijanden, maar wijs hen als uw broeders en zusters terecht. 16 Moge de Heer van de vrede zelf u altijd en op elke wijze vrede geven. De Heer zij met u allen.