Kansrijke mogelijkheden voor de armen

21 Weduwen en wezen mag je evenmin uitbuiten. 22 Doe je dat toch en smeken zij mij om hulp, dan zal ik zeker naar hen luisteren: 23 ik zal in woede ontsteken en ieder van jullie doden, en dan zullen jullie eigen vrouwen weduwe worden en jullie kinderen wees. 24 Als je geld leent aan iemand van mijn volk die armoede lijdt, gedraag je dan niet als een geldschieter en vraag geen rente van hem. 25 Als je iemands mantel als onderpand neemt, moet je die voor zonsondergang aan hem teruggeven, 26 want hij heeft niets anders om zich mee toe te dekken. Waarmee moet hij zijn lichaam anders beschermen als hij gaat slapen? Als hij mij om hulp smeekt, zal ik naar hem luisteren, want ik ben een genadige God. Exodus 22: 21-26

10 Zes jaar achtereen mag je je land inzaaien en de oogst binnenhalen. 11 Maar het zevende jaar moet je het land braak laten liggen en het met rust laten, dan kunnen de armen onder jullie ervan eten; wat zij nog overlaten is voor de dieren van het veld. Met je wijngaard en je olijfgaard moet je hetzelfde doen. Exodus 23:10-11

Gods intentie om perspectief te geven aan de armen is duidelijk te zien in de regelgeving betreffende de verzorging van vreemdelingen, weduwen en wezen in Exodus. Deze drie groepen hebben gemeen dat zij geen land in eigendom hadden om zichzelf te kunnen onderhouden. Vaak had dit tot gevolg dat deze mensen arm waren. Vandaar dat in het Oude Testament vreemdelingen, weduwen en wezen de doelgroepen waren als het om ‘de armen’ ging.

Een van de belangrijkste regels was dat het de armen was toegestaan om na de oogst het overgebleven graan en andere gewassen van de akkers te oogsten of te  “lezen” en dat zij mochten oogsten van braakliggend land. Dit “lezen” was niet simpelweg weggeven van graan, maar een kans voor de armen om in hun eigen onderhoud te voorzien. Van landeigenaren werd verwacht dat zij eens in de zeven jaar elke akker, wijngaard en boomgaard braak lieten liggen. De armen mochten dan alles oogsten wat daar groeide (Ex. 23:10-11).  Deze gang van zaken was niet alleen een uiting van medeleven maar het werd ook gezien als rechtvaardig. Het Bijbelboek Ruth draait om dit principe.

Ook vandaag de dag zijn er verschillende manieren waarop er gedeeld kan worden met de armen. Sommige voedselproducenten en distributeurs doneren voedsel dat over datum maar nog goed te eten is aan de voedselbank. Anderen proberen voedsel betaalbaar te maken door zo efficiënt mogelijk te werken. Maar de meeste mensen, tenminste in de Westerse landen, werken niet meer in de agrarische sector dus is het goed om te kijken of er binnen de hedendaagse industriële en technische samenleving perspectieven voor de armen mogelijk zijn. Graan rapen op de beursvloer zal er niet in zitten, maar het principe van werk generen voor kwetsbare werknemers is nog steeds relevant. Bedrijven kunnen mensen met een psychische of fysieke aandoening te werk stellen. Kansarmen, mensen die willen re-integreren en anderen met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen met training en ondersteuning productieve krachten worden en in hun eigen onderhoud voorzien.

Exodus herinnert ons eraan dat het aannemen van kwetsbare werknemers een essentieel onderdeel is van hoe mensen leven onder Gods verbond. Christenen hebben, evenals het aloude Israël, Gods genade ervaren. Daarom is onze grondhouding van dankbaarheid zeker een krachtig motief om creatieve manieren te vinden om de behoeftigen bij te staan.

‘Deze blog is afkomstig van de website www.theologyofwork.org. Ze is door het associate lectoraat Christelijke Professie vertaald en vervolgens gepopulariseerd door studenten Theologie van de CHE.’