De arbeiders in de wijngaard

De arbeiders in de wijngaard 1

1 Het is met het koninkrijk van de hemel als met een landheer die er bij het ochtendgloren op uit trok om dagloners voor zijn wijngaard te zoeken. 2 Nadat hij met de arbeiders een dagloon van een denarie overeengekomen was, stuurde hij hen naar zijn wijngaard. Matteüs 20:1-2

Deze gelijkenis is uniek in het evangelie van Matteüs. De eigenaar van de wijngaard huurt op verschillende momenten van de dag dagloners in. Wie vanaf zes uur ’s ochtends is ingehuurd maakt een volledige werkdag. Wie om vijf uur ’s middags is ingehuurd werkt slechts een uurtje. Als de werkdag erop zit, geeft de landheer alle arbeiders een volledig dagloon (één denarie). Op zijn manier zorgt hij ervoor dat ze weten dat ze allemaal hetzelfde uitbetaald krijgen, ondanks het verschil in gewerkte uren. Het is niet verrassend dat de dagloners die het eerst zijn ingehuurd zich bij hem beklagen over het feit dat zij meer uren hebben gedraaid maar daar niet meer voor hebben gekregen dan de dagloners die later zijn begonnen. De landheer gaf een van hen ten antwoord: “Beste man, ik behandel je toch niet onrechtvaardig? Je hebt ingestemd met het loon van één denarie? […] Of mag ik met mijn geld niet doen wat ik wil? Zet het kwaad bloed dat ik goed ben?” Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten.” (Mat. 20:13, 15-16). 2

Anders dan bij de gelijkenis van de zaaier (Mat. 13:3-9; 18-23) 3

geeft Jezus ons geen heldere uitleg. Als gevolg daarvan hebben exegeten verschillende interpretaties geboden. Sommigen hebben aangenomen dat de gelijkenis over werk gaat, omdat de mensen in het verhaal arbeiders en leidinggevenden zijn. In dat geval lijkt het te zeggen: “Vergelijk je salaris niet met dat van een ander” of “Wees niet ontevreden als anderen met dezelfde functie als jij meer betaald krijgen of minder uren maken”. Je zou kunnen denken dat dit een goede instelling is voor werknemers: als je een fatsoenlijk salaris ontvangt, waarom zou je dan kniezen als anderen het nog beter hebben? Deze interpretatie kan echter ook gebruikt worden om ongelijkheid en uitbuiting op de werkvloer te rechtvaardigen. Sommige werknemers krijgen minder salaris om oneerlijke redenen zoals herkomst of sekse. Wil Jezus ons zeggen dat wij tevreden moeten zijn wanneer wij of andere werknemers oneerlijk worden behandeld? Misschien gaat deze gelijkenis niet echt over werk. Als je de context in ogenschouw neemt, zie je dat Jezus opmerkelijke voorbeelden geeft van wie tot het koninkrijk van God behoren: bijvoorbeeld kinderen (Mat. 19:14), 4 Het koninkrijk behoort toe aan wie Jezus volgen, vooral aan hen die verlies geleden hebben.

De voorgaande gelijkenis, over de rijke jongeman, eindigt met dezelfde woorden: “Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.” (Mat. 19:30). 5

Dit geeft aan dat het verhaal een vervolg is van de discussie over wie het koninkrijk toebehoort. Toegang tot Gods koninkrijk kunnen je niet verdienen met je werk of je optreden: het wordt je verleend door Gods genade.

Als we begrijpen dat de gelijkenis over Gods vrijgevigheid in het hemels koninkrijk gaat, kunnen we ons nog steeds afvragen hoe dit van toepassing is op werk. Als je een billijk loon ontvangt, kan het advies om daarmee tevreden te zijn overeind blijven. En als een collega onverwacht een bonus ontvangt, is het eleganter om blij voor hem of haar te zijn dan om te mopperen. Er is nog meer te zeggen over deze gelijkenis. De landheer betaalde alle arbeiders voldoende om hun families te onderhouden: een denarie was het standaard dagloon in het eerste-eeuwse Palestina. In de tijd van Jezus werden vele keuterboeren gedwongen hun land op te geven vanwege schulden die ze hadden gemaakt om belasting te kunnen betalen aan de Romeinen. Landonteigening ging in tegen Gods gebod dat land niet mag worden afgenomen van de mensen die het bewerken (Lev. 25:8-13), 6

maar daar hadden de Romeinen uiteraard lak aan. Het gevolg was dat er elke ochtend groepen werkloze mannen samendromden, in de hoop op een dag betaalde arbeid. Wie om vijf uur ’s middags nog niet aan de bak was, had maar een kleine kans op voldoende inkomsten om eten te kopen voor zijn familie. Toch betaalde de landheer zelfs hen een volledig dagloon.

Als de landheer in deze gelijkenis God verbeeldt, is dit een krachtige boodschap. In Gods koninkrijk vinden berooide ondernemers en boventallig verklaarde werknemers passende arbeid. Werk waarmee zij in hun eigen levensonderhoud en dat van hun gezin kunnen voorzien.

‘Deze blog is afkomstig van de website www.theologyofwork.org. Ze is door het associate lectoraat Christelijke Professie vertaald en vervolgens gepopulariseerd door studenten Theologie van de CHE.’

Voetnoten

  1. MATTEUS 20:1-16 (NBV) 1 Het is met het koninkrijk van de hemel als met een landheer die er bij het ochtendgloren op uit trok om dagloners voor zijn wijngaard te zoeken. 2 Nadat hij met de arbeiders een dagloon van eendenarie overeengekomen was, stuurde hij hen naar zijn wijngaard. 3 Drie uur later trok hij er opnieuw op uit, en toen hij anderen werkloos op het marktplein zag staan, 4 zei hij ook tegen hen: “Gaan jullie ook maar naar de wijngaard, de betaling zal rechtvaardig zijn.” 5 En ze gingen erheen. Rond het middaguur ging hij er nogmaals op uit, en drie uur later weer, en handelde als tevoren. 6 Toen hij tegen het elfde uur van de dag nog eens op weg ging, trof hij een groepje dat er nog steeds stond. Hij vroeg hun: “Waarom staan jullie hier de hele dag zonder werk?” 7 “Niemand wilde ons in dienst nemen,” antwoordden ze. Hij zei hun: “Gaan jullie ook maar naar de wijngaard.” 8 Toen de avond gevallen was, zei de heer van de wijngaard tegen zijn rentmeester: “Roep de arbeiders bij je en betaal hun het loon uit. Begin daarbij met de laatsten en eindig met de eersten.” 9 En zij die er vanaf het elfde uur waren, kwamen naar voren en kregen ieder een denarie. 10 En toen zij die als eersten waren gekomen naar voren stapten, dachten ze dat zij wel meer zouden krijgen. Maar ook zij kregen ieder die ene denarie. 11 Toen ze die in handen hadden, gingen ze bij de landheer hun beklag doen: 12 “Die laatsten hebben één uur gewerkt en u behandelt hen zoals u ons behandelt, terwijl wij het onder de brandende zon de hele dag hebben volgehouden.” 13 Hij gaf een van hen ten antwoord: “Beste man, ik behandel je toch niet onrechtvaardig? Je hebt toch ingestemd met het loon van één denarie? 14 Neem dan aan wat je toekomt en ga. Ik wil aan die laatsten nu eenmaal hetzelfde betalen als aan jou. 15 Of mag ik met mijn geld niet doen wat ik wil? Zet het kwaad bloed dat ik goed ben?” 16 Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten.’
  2. MATTEUS 20:13, 15-16 (NBV)13 Hij gaf een van hen ten antwoord: “Beste man, ik behandel je toch niet onrechtvaardig? Je hebt toch ingestemd met het loon van één denarie.  MATTEUS 20:15-16 (NBV)15 Of mag ik met mijn geld niet doen wat ik wil? Zet het kwaad bloed dat ik goed ben?” 16 Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten.’
  3. MATTEUS 13:3-9 (NBV)

    3 Hij sprak hen uitvoerig toe en vertelde gelijkenissen: ‘Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien. 4 Tijdens het zaaien viel een deel van het zaad op de weg, en er kwamen vogels die het opaten. 5 Een ander deel viel op rotsachtige grond, waar maar weinig aarde was, en het schoot meteen op omdat het niet diep in de grond kon doordringen. 6 Toen de zon opkwam verschroeide het, en omdat het geen wortel had droogde het uit. 7 Weer een ander deel viel tussen de distels, en toen die opschoten verstikten ze het zaaigoed. 8 Maar er viel ook wat zaad in goede grond, en dat bracht vrucht voort, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig. 9 Laat wie oren heeft goed luisteren!’

    MATTEUS 13:18-23 (NBV)18 Hoor en begrijp dan nu de gelijkenis van de zaaier: 19 bij ieder die het woord van het koninkrijk hoort maar het niet begrijpt, komt hij die het kwaad zelf is en rooft wat hun in het hart is gezaaid; bij hen is op de weg gezaaid. 20 Het zaad dat op rotsachtige grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en het meteen met vreugde in zich opnemen. 21 Het schiet echter geen wortel in hen, oppervlakkig als ze zijn. Worden ze vanwege het woord beproefd of vervolgd, dan houden ze geen ogenblik stand. 22 Het zaad dat tussen de distels is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen, maar bij wie de zorg om het dagelijkse bestaan en de verleiding van de rijkdom het woord verstikken, zodat het zonder vrucht blijft. 23 Het zaad dat in goede grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en begrijpen. Zij dragen dan ook rijkelijk vrucht, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig.’

  4. MATTEUS 19:23-26(NBV)

    Jezus wendde zich tot zijn leerlingen: ‘Ik verzeker jullie: slechts met grote moeite zal een rijke het koninkrijk van de hemel binnengaan. 24 Ik zeg het jullie nog eens: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ 25 Toen de leerlingen dit hoorden, waren ze hevig ontzet en vroegen: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ 26 Jezus keek hen aan en antwoordde hun: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk.’

  5. Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.
  6. LEVITICUS 25:8-13 (NBV)

    8 Na verloop van zeven sabbatsjaren, na zeven maal zeven jaar, wanneer er negenenveertig jaren verstreken zijn, 9 moeten jullie op de tiende dag van de zevende maand de ramshoorn luid laten schallen. Op Grote Verzoendag moet in heel het land de ramshoorn schallen. 10 Elk vijftigste jaar zal voor jullie een heilig jaar zijn, waarin kwijtschelding wordt afgekondigd voor alle inwoners van het land. Dit is het jubeljaar, waarin ieder naar zijn eigen grond en zijn eigen familie kan terugkeren. 11 Elk vijftigste jaar zal voor jullie een jubeljaar zijn. Je mag dan niet zaaien, het koren dat vanzelf opkomt niet als oogst binnenhalen en niet de druiven oogsten van je ongesnoeide wijnstokken. 12 Het is een jubeljaar, dat als heilig beschouwd moet worden. Jullie zullen dat jaar leven van wat er vanzelf opkomt.13 In het jubeljaar zal ieder naar zijn eigen grond terugkeren