Banneling in Babylon

De koning gaf het hoofd van zijn eunuchen, Aspenaz, opdracht een aantal Israëlieten van koninklijke en voorname afkomst naar zijn paleis te brengen. Het moesten jongemannen zonder lichamelijke gebreken zijn, aantrekkelijk om te zien, rijk aan kennis, ontwikkeld en met een scherp verstand, en bovendien geschikt om aan het hof te dienen. Aspenaz moest hen onderwijzen in de geschriften en de taal van de Chaldeeën. De koning wees hun een dagelijkse hoeveelheid toe van de spijzen en de wijn van zijn tafel. Na drie jaar onderricht zouden ze in dienst van de koning treden.(…)

Neem de proef op de som en laat uw dienaren tien dagen alleen groente eten en water drinken. Vergelijk ons uiterlijk daarna met dat van de jongemannen die de koninklijke spijzen eten, en beslis dan over uw dienaren op grond van wat u ziet.’ De kamerheer ging op het voorstel in en gaf hun tien dagen. Aan het eind van de tien dagen zagen zij er gezonder en beter doorvoed uit dan alle jongemannen die de koninklijke spijzen voorgezet hadden gekregen. Dus diende de kamerheer hun geen koninklijke spijzen en wijn meer op, maar gaf hij hun alleen nog groente.

Daniel 1:3-5 en 12-16

In hun werkomgeving zullen sommige christenen vandaag de dag heel wat overeenkomsten zien met de situatie van Daniël en zijn vrienden op de eliteschool van de Babylonische koning. Mogelijkheden om te ontsnappen aan zo’n omgeving zijn er niet, of je moet ervoor kiezen om je te isoleren van je collega’s of om alleen voor christelijke organisaties te werken. Hun baan biedt veel christenen allerlei pluspunten: een aardig salaris, de zekerheid van werk, professionele bevrediging, status, comfortabele arbeidsvoorwaarden en interessant, misschien zelfs creatief werk. Net als in Daniëls tijd kan het nu lastig zijn om te bepalen wanneer je je moet aanpassen en wanneer niet. Is het goed dat Daniël en zijn vrienden astrologie studeren? Kunnen ze hun kennis van de sterrenbeelden leren gebruiken zonder verstrikt te raken in het bijgeloof dat erbij hoort? Kunnen christenen eigenlijk wel marketing studeren? Kunnen ze hun kennis over het gedrag van consumenten gebruiken zonder mee te werken aan de praktijk van misleidende advertenties en onbetrouwbare promotiecampagnes? Het boek Daniël geeft geen eenvoudige richtlijnen, maar het schetst wel een paar bruikbare gezichtspunten:

Opleiding en onderwijs zijn een kans voor christenen, ook als ze buiten de gebruikelijke christelijke paden treden. Ook werk in een niet-christelijke of zelfs een antichristelijke omgeving is een kans. Christenen die werken of studeren in een niet-christelijke of antichristelijke omgeving hoeven zich niet kritiekloos aan te passen aan de cultuur die hen omringt, maar het vergt wel inspanning om geleidelijke aanpassing te voorkomen. Praktische voorbeelden van dingen die je kunt doen:

  • Gebed en omgang met God. Daniël bidt drie keer per dag en houdt dat zijn hele carrière vol, met extra toewijding als het moeilijk wordt in zijn werk. Het boek Daniël laat steeds weer zien dat God zorg en aandacht heeft voor de specifieke details van ons dagelijks werk.
  • Vasthouden aan de belangrijke elementen van je geloof. Daniël weigert het luxe eten en de wijn van de koning omdat dit voedsel zijn loyaliteit aan God in gevaar zou brengen. We kunnen erover twisten of God dit van hem verlangt, maar we kunnen er niet omheen dat een levend geloof vraagt om echte keuzes en echte grenzen.
  • Goede relaties met ongelovigen op de werkvloer. God zorgt ervoor dat Aspenaz, die de leiding heeft over Daniël en zijn medestudenten, hem gunstig gezind is. Daniël op zijn beurt is respectvol naar Aspenaz en laat zien dat hij oog heeft voor zijn welzijn. Christenen hebben soms de neiging om zichzelf tegenover hun collega’s te plaatsen en ongelovigen te veroordelen, maar Gods opdracht is eenvoudig dit: “Stel, voor zover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven” (Romeinen 12:18)1. Wat hierbij kan helpen is heel specifiek te bidden om Gods zegen voor de mensen met wie we werken.

Daniël slaagt erin zich gedeeltelijk aan te passen aan de cultuur, zonder godsdienstige en morele compromissen te sluiten. Er staat veel op het spel: zijn carrière en zelfs zijn leven, net als dat van zijn vrienden en zijn leidinggevende Aspenaz (Daniël 1:10)2. Toch, op grond van Gods genade, bewaart Daniël zijn integriteit. Zelfs zijn vijanden moeten dat toegeven: “(…) zij konden geen grond voor een aanklacht vinden of hem op een misstap betrappen, want hij was betrouwbaar en hij had nooit zijn plicht verzuimd of een misstap begaan” (Daniël 6:5)3.

Voetnoten

  1. ROMEINEN 12:18 (NBV) 18 Stel, voorzover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven.
  2. Daniël 1:10 (NBV) 10Toch zei de hoofdeunuch tegen hem: ‘Ik ben bang voor mijn heer, de koning; hij heeft bepaald wat jullie zullen eten en drinken, en als hij vindt dat jullie er slechter uitzien dan jullie leeftijdsgenoten zal hij mij daarvoor verantwoordelijk stellen.’
  3. Daniël 6:5 (NBV) 5Daarom probeerden de rijksbestuurders en satrapen in Daniëls bewind iets te vinden om hem voor aan te klagen, maar zij konden geen grond voor een aanklacht vinden of hem op een misstap betrappen, want hij was betrouwbaar en hij had nooit zijn plicht verzuimd of een misstap begaan.