Zout en licht op de werkvloer

Naar aanleiding van de zaligsprekingen in de Bergrede, vertelt Jezus zijn leerlingen dat mensen die deze zegeningen ontvangen, belangrijk zijn:

Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt. Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. (Mat. 5:13-16)

In de oudheid was zout erg kostbaar: de Grieken achtten het bijna goddelijk, de Romeinen betaalden hun soldaten soms uit in zout. Een soldaat die zijn plicht niet naar behoren uitoefende was “zijn zout niet waard”. Jezus noemt zijn volgelingen ‘het zout der aarde’, een kostbare positie dus. Als christen ben je een smaakmaker: jij kunt de karakteristieke smaak van Gods waarden toevoegen aan alle aspecten van het leven.

Om zout effectief te laten zijn, moet het in contact gebracht worden met het product – meestal vlees of vis – dat je wilt conserveren. Als wij effectief willen zijn, moeten we ons betrokken opstellen in onze werk- en woonomgeving.

Godvruchtig leven kan ons succesvoller maken in ons werk en dat doet het meestal ook. We moeten echter voorbereid zijn op momenten waarop dit niet het geval is. Wat doe je als medeleven tonen, vrede stichten of recht nastreven je positie op het werk in gevaar brengt? Je terugtrekken uit de wereld is geen optie voor christenen.

“Je bent het licht van de wereld.” Persoonlijke heiliging is niet onze enige taak. Als christenen worden we geacht ook de levens van de mensen om ons heen te beïnvloeden. Op de werkvloer komen we veel mensen tegen die God niet in de kerk ontmoeten; het kan de meest effectieve plek zijn om van Christus te getuigen. Echter, we worden betaald om ons werk te doen. Daarom is het niet eerlijk om werktijd te gebruiken voor evangelisatie. Daarmee zouden we onze werkgevers tekort doen. Bovendien is het oneervol om verdeeldheid te zaaien op het werk of een vijandige omgeving voor niet-gelovigen te creëren.

We lopen altijd het risico dat onze tekortkomingen het imago van Christus schaden, vooral als we enthousiast evangeliseren maar ons eigenlijke werk verwaarlozen. Beschuldigingen van (zelfpromotie door) bekeringsijver moeten we te allen tijde zien te voorkomen.

Hoe kunnen we zout en licht op het werk zijn met al deze gevaren? Jezus zei dat ons licht niet noodzakelijk in onze woorden zit, maar meer in onze daden – onze “goede werken”.  “Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.” De zaligsprekingen hebben een aantal van die goede werken omschreven. In nederigheid en onderwerping aan God zetten wij ons in voor goede en gezonde relaties, barmhartige acties en vrede. Wanneer we leven als gezegende en zegenende mensen, zijn we zout en licht – op de werkvloer, thuis en in ons land.

‘Deze blog is afkomstig van de website www.theologyofwork.org. Ze is door het associate lectoraat Christelijke Professie vertaald en vervolgens gepopulariseerd door studenten Theologie van de CHE.’