Verzamel je schatten in de hemel, niet op aarde

19 Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen. 20 Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen. 21 Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn. Matteüs 6:19-21

“Schatten in de hemel” is geen vage verwijzing naar Gods goedkeuring of iets dergelijks. Gods koninkrijk zal uiteindelijk gevestigd worden op aarde. “Schatten in de hemel” zijn zaken die waarde hebben in Gods naderende koninkrijk, zoals rechtvaardigheid, de mogelijkheid voor iedereen om productief te zijn, de voorziening in ieders behoefte en respect voor de waardigheid van elk mens. Dit impliceert dat we ons geld beter kunnen investeren in activiteiten die de wereld veranderen, dan in de bescherming van ons opgebouwde vermogen.

Is het dan fout om een pensioen op te bouwen of waarde te hechten aan materiële dingen, voor onszelf of anderen? Het antwoord is zowel “nee” als “ja”. “Nee”, aangezien deze passage in de Bijbel niet de enige is over rijkdom en de zorg voor zwakkeren. Andere verzen sporen ons aan ons gezond verstand te gebruiken en vooruit te denken, zoals “gestage groei maakt rijk” (Spreuken 13:11b1) en “Een goed mens laat ook een kleinkind een erfdeel na, een zondaar vergaart bezit voor een rechtvaardige” (Spreuken 13:222). Voorafgaand aan een hongersnood, leidt God Jozef ertoe voor zeven jaar voedsel op te slaan (Genesis 41: 35,363). En in de gelijkenis van de talenten (Mat. 25:14-30 4 ) spreekt Jezus positief over geld investeren. In het licht van de rest van de Schrift kan Matteüs 6:19-21 hierop geen uitzondering vormen.

De “ja” op het antwoord is een waarschuwing, die krachtig is samengevat in vers 21: “Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.” Je zou verwachten dat je deze zin ook om kunt draaien: “Waar je hart is, daar zal ook je schat zijn.” Maar Jezus’ uitspraak gaat een stuk dieper. Geld verandert je hart meer dan dat je hart bepaalt hoe je met geld omgaat. Jezus’ punt is niet “je bent geneigd geld te besteden aan wat je zelf belangrijk vindt,” maar “je bezittingen zullen je veranderen, waardoor je daar meer om geeft dan om andere dingen”. Kies zorgvuldig wat je bezit, want je gaat er onvermijdelijk waarde aan hechten en je zult het willen beschermen. Dat kan alle andere dingen schaden.

We kunnen dit het “schattenprincipe” noemen: schatten veranderen jou. Wie zijn diepste schat in de wereld zoekt, zal merken dat hij niet langer God maar geld dient (Mat. 6:245). Dit kan leiden tot angst voor economische onzekerheid. Krijgen we inflatie? Zal de beurs instorten? Gaan de obligaties in waarde dalen? Zullen de banken omvallen? Heb ik voldoende spaargeld om een crisis te overleven?

Het tegengif is investeren op een manier die in de werkelijke behoeften van mensen voorziet. Beleggen in een bedrijf dat schoon water of goede kwaliteit kleding levert, zou een investering in het koninkrijk van God kunnen zijn, terwijl misschien een investering die bijvoorbeeld afhankelijk is van politieke subsidies, een overspannen huizenmarkt of materiële tekorten, dat niet is. Deze passage in Matteüs 6 is geen beginsel voor portefeuillebeheer, maar vertelt ons dat onze toewijding aan de wegen en middelen van Gods koninkrijk zich uitstrekt tot onze omgang met de rijkdom die we hebben. Hoe kunnen we onderscheiden wat gepaste en ongepaste aandacht voor rijkdom is? Jezus antwoordt: “Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.” (Mat. 6:336 ). De belangrijkste dingen eerst. Hoewel we een groot vermogen voor zelfbedrog hebben, kan deze vraag ons helpen om zorgvuldig na te gaan waar onze schat ons heeft gebracht. Dat zal ons iets over ons hart vertellen.

Voetnoten

  1. SPREUKEN 13:11b (NBV) 11 … gestage groei maakt rijk.
  2. SPREUKEN 13:22 (NBV) 22 Een goed mens laat ook een kleinkind een erfdeel na, een zondaar vergaart bezit voor een rechtvaardige.
  3. GENESIS 41: 35,36 (NBV) 35 Al het voedsel dat Egypte voortbrengt in de goede jaren die straks aanbreken, moet worden verzameld. U moet erop toezien dat er in de steden graan wordt opgeslagen, en dat graan moet zuinig worden bewaard. 36 Uit die voedselvoorraad kan het land dan putten in de zeven jaren van hongersnood die het te wachten staan. Zo hoeft Egypte niet van honger om te komen.’
  4. MATTEÜS 25:14-30 (NBV) 14 Of het zal zijn als met een man die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf. 15 Aan de een gaf hij vijf talent, aan een ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij. Meteen 16 ging de man die vijf talent ontvangen had op weg om er handel mee te drijven, en zo verdiende hij er vijf talent bij. 17 Op dezelfde wijze verdiende de man die er twee had gekregen er twee bij. 18 Degene die één talent ontvangen had, besloot het geld van zijn heer te verstoppen: hij begroef het. 19 Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap. 20 Degene die vijf talent ontvangen had, kwam naar hem toe en overhandigde hem nog vijf talent erbij met de woorden: “Heer, u hebt mij vijf talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf talent bij verdiend.” 21 Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.” 22 Ook degene die twee talent ontvangen had, kwam naar hem toe en zei: “Heer, u hebt mij twee talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er twee talent bij verdiend.” 23 Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.” 24 Nu kwam ook degene die één talent ontvangen had naar hem toe, hij zei: “Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, 25 en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug.” 26 Zijn heer antwoordde hem: “Je bent een slechte, laffe dienaar. Je wist dus dat ik maai waar ik niet heb gezaaid en oogst waar ik niet heb geplant? 27 Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven, dan zou ik bij terugkomst mijn kapitaal met rente hebben terugontvangen. 28 Pak hem dat talent maar af en geef het aan degene die er tien heeft. 29 Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen. 30 En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.”
  5. GENESIS 41: 35,36 (NBV) 35 Al het voedsel dat Egypte voortbrengt in de goede jaren die straks aanbreken, moet worden verzameld. U moet erop toezien dat er in de steden graan wordt opgeslagen, en dat graan moet zuinig worden bewaard. 36 Uit die voedselvoorraad kan het land dan putten in de zeven jaren van hongersnood die het te wachten staan. Zo hoeft Egypte niet van honger om te komen.’
  6. MATTEÜS 25:14-30 (NBV) 14 Of het zal zijn als met een man die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf. 15 Aan de een gaf hij vijf talent, aan een ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij. Meteen 16 ging de man die vijf talent ontvangen had op weg om er handel mee te drijven, en zo verdiende hij er vijf talent bij. 17 Op dezelfde wijze verdiende de man die er twee had gekregen er twee bij. 18 Degene die één talent ontvangen had, besloot het geld van zijn heer te verstoppen: hij begroef het. 19 Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap. 20 Degene die vijf talent ontvangen had, kwam naar hem toe en overhandigde hem nog vijf talent erbij met de woorden: “Heer, u hebt mij vijf talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf talent bij verdiend.” 21 Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.” 22 Ook degene die twee talent ontvangen had, kwam naar hem toe en zei: “Heer, u hebt mij twee talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er twee talent bij verdiend.” 23 Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.” 24 Nu kwam ook degene die één talent ontvangen had naar hem toe, hij zei: “Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, 25 en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug.” 26 Zijn heer antwoordde hem: “Je bent een slechte, laffe dienaar. Je wist dus dat ik maai waar ik niet heb gezaaid en oogst waar ik niet heb geplant? 27 Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven, dan zou ik bij terugkomst mijn kapitaal met rente hebben terugontvangen. 28 Pak hem dat talent maar af en geef het aan degene die er tien heeft. 29 Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen. 30 En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.”