Blijven of verdergaan?

De arbeidsmarkt is overspannen op dit moment. Tegenover 100 werklozen staan 133 banen las ik. Werkgevers vinden moeilijk nieuwe medewerkers. Er wordt aan mensen getrokken. Als je vandaag niet twee keer per maand gebeld wordt door een headhunter denk je al snel dat er iets mis is met je. Dat je ‘een vlekje’ hebt: een burn out die aan je kleeft, je bent te oud of je wordt bijvoorbeeld als autistisch ervaren. Deze situatie op de arbeidsmarkt maakt mensen ook onrustig. Als je deze tijd niet aangrijpt om je positie te verbeteren ben je wel heel dom want je positie als werknemer was zelden zo sterk als nu. 

Vanuit die gesteldheid lezen we Exodus 33 en in het bijzonder vers 15: ‘Als U wilt dat we verder reizen dan moet U zelf met ons mee gaan’ (bijbel in gewone taal). Het gaat hier over het volk Israël dat vertrokken is uit Egypte en onderweg is naar het beloofde land. En onderweg gaat Mozes de berg op om te praten met God maar dat duurt zo lang dat het volk ongeduldig wordt en zichzelf een andere God maakt: het gouden kalf. Teruggekomen van de berg krijgt Mozes te horen dat God er geen zin meer in heeft om met dit volk verder te gaan. Tegen Mozes zegt Hij: ga jij meer verder maar wel zonder mij.

Een dergelijke tekst kan je natuurlijk niet zo maar overzetten naar onze tijd. Maar het roept vandaag wel vragen op, ook in het licht van ons werk. Is God betrokken op ons werk? Of is Hij daarin afwezig en hebben wij ons eigen gouden kalf gemaakt als het over ons werk gaat? Is ons gouden kalf onze loopbaan, ons salaris, ons aanzien of nog iets anders? Of dienen wij God en de naaste met ons werk en is Zijn aanwezigheid in ons leven leidend? En als dat laatste het geval is heeft dat dan ook invloed op onze loopbaan? Op de afweging te blijven op de plek waar wij ons nu geroepen weten of te gaan naar een plek waar wij nieuw geroepen worden? In beide gevallen mag ons gebed zijn: gaat U wel zelf met ons mee. Zou het ook van toepassing kunnen zijn op de geloofsgemeenschap waar we bij horen? In toenemende mate wisselen mensen van geloofsgemeenschap. Omdat het bij de buren net even meer aanspreekt, fijner is, betere muziek of nog iets anders? Of kan onze opdracht zijn te blijven in een gemeente waar het zeker niet allemaal koek en ei is maar waar ik wel een taak, een opdracht heb? Waar voor mij werk aan de winkel is? ‘Als U wilt dat ik verder reis dan moet U zelf met mij meegaan’.