Zorg dragen voor de armen

Jezus maakt zich duidelijk zorgen over het geestelijke welzijn van de rijken: “Verkoop je bezittingen en geef aalmoezen. Maak voor jezelf een geldbuidel die niet verslijt, een schat in de hemel die niet opraakt, waar een dief niet bij kan en die door geen mot kan worden aangevreten”, zegt Hij (Lucas 12:33).1. Maar het welzijn van de rijken is niet Jezus’ enige zorg als het gaat om rijkdom. Als rijkdom vergaren schadelijk is voor de rijken, hoeveel te meer hebben de armen hier dan onder te lijden?

Als we in het Evangelie van Lucas zoeken naar gedeelten die gaan over Gods zorg voor de armen en verdrukten, dan komen we dit thema al snel tegen, namelijk in de lofzang van Maria (Lucas 1:46-55) 2. Later in Jezus’ toespraak tot Zijn leerlingen en de menigte (Lucas 6:17-26).5 Het hele Lucasevangelie is ervan doortrokken, maar in de gelijkenis over de rijke man en de arme Lazarus komt Jezus tot de kern.

De rijke man draagt dure kleding en leidt een luxe leven. Hij doet geen enkele moeite om het leed van de uitgehongerde, doodzieke Lazarus te verzachten. Lazarus sterft en dat lot treft uiteindelijk ook de rijke man, wat ons eraan herinnert dat rijkdom geen macht over de dood heeft. Een doodshemd heeft geen zakken.

Engelen dragen Lazarus naar de hemel, naar de schoot van Abraham (Lucas 16:22), 3 De enige reden die daarvoor gesuggereerd wordt, is zijn armoede (wat hem waarschijnlijk een liefde voor God opleverde die niet ‘gehinderd’ was door rijkdom). De rijke man sterft ook en gaat naar het rijk van de dood (de hades). Dit is de plek waar de goddelozen wachten op het eindoordeel. De enige mogelijke reden die we in het verhaal vinden voor het feit dat hij in deze kwellende plaats gaat, is zijn liefde voor bezit die geen ruimte liet God en voor mensen in nood.
In dit verhaal vinden we een sterke aanwijzing dat het de plicht van de rijke man was om in de behoeften van Lazarus te voorzien toen hij dat kon (Lucas 16:25) 4 Daarmee had hij mogelijk wél ruimte voor een goede relatie met God kunnen houden, en zijn miserabele einde kunnen voorkomen. Zoals veel welgestelden bekommerde deze rijke man zich wel om zijn eigen familie – wat blijkt uit zijn wens dat zijn broers gewaarschuwd worden voor het naderende oordeel – maar ontbrak het hem aan zorg voor Gods familie in breder verband, zoals zijn eigen volksgenoot Lazarus. En zelfs de terugkeer van iemand uit de dood zou dat niet kunnen veranderen.

Voetnoten

  1. 33 Verkoop je bezittingen en geef aalmoezen. Maak voor jezelf een geldbuidel die niet verslijt, een schat in de hemel die niet opraakt, waar een dief niet bij kan en die door geen mot kan worden aangevreten
  2. 46 Maria zei: ‘Mijn ziel prijst en looft de Heer, 47 mijn hart juicht om God, mijn redder: 48 hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares. Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen, 49 ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan, heilig is zijn naam. 50 Barmhartig is hij, van geslacht op geslacht, voor al wie hem vereert. 51 Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm en drijft uiteen wie zich verheven wanen, 52 heersers stoot hij van hun troon en wie gering is geeft hij aanzien. 53 Wie honger heeft overlaadt hij met gaven, maar rijken stuurt hij weg met lege handen. 54 Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar, zoals hij aan onze voorouders heeft beloofd: 55 hij herinnert zich zijn barmhartigheid jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.’
  3. 22 Op zekere dag stierf de bedelaar, en hij werd door de engelen weggedragen om aan Abrahams hart te rusten. Ook de rijke stierf en werd begraven.
  4. 25 Maar Abraham zei: “Kind, bedenk wel dat jij je deel van het goede al tijdens je leven hebt ontvangen, terwijl Lazarus niets dan ongeluk heeft gekend; nu vindt hij hier troost, maar lijd jij pijn.”