Maria en Marta

38 Terwijl zij op reis waren, kwam Hij in een zeker dorp. En een vrouw, Marta geheten, ontving Hem in haar huis. 39 En deze had een zuster, genaamd Maria, die, aan de voeten des Heren gezeten, naar zijn woord luisterde. 40 Marta echter werd in beslag genomen door het vele bedienen. En zij ging bij Hem staan en zeide: Here, trekt Gij het U niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg haar dan, dat zij mij komt helpen. 41 Maar de Here antwoordde en zeide tot haar: Marta, Marta, gij maakt u bezorgd en druk over vele dingen, 42 maar weinige zijn nodig of slechts één; want Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen. Lucas 10:38-42

Velen van ons kennen het verhaal van Marta en Maria. Marta werkt om de maaltijd te bereiden, terwijl Maria zit en luistert naar Jezus. Marta vraagt Jezus om haar zus terecht te wijzen omdat ze niet helpt, maar in plaats daarvan prijst Jezus Maria. Helaas heeft dit verhaal soms last van twijfelachtige interpretaties.

Marta kan in zo’n misinterpretatie dienen als voorbeeld voor alles wat er mis is aan een leven van drukte en afleiding. In de Middeleeuwse kerk werd dit actieve, werkende ‘Marta’-leven weliswaar toegestaan, maar het was inferieur aan het perfecte leven van bezinning in het klooster. Op deze manier werkt het een dualistische scheiding in de hand tussen het praktische en geestelijke leven.

Dit verhaal mogen we echter lezen tegen de achtergrond van het complete Lukasevangelie, waarin gastvrijheid één van de belangrijkste tekenen is van het doorbreken van Gods koninkrijk, Lukas 14:12-141. Marta’s genereuze dienstbetoon wordt dan ook niet gebagatelliseerd door Jezus. Maar haar zorgen en irritatie tonen wel aan dat haar dienstbaarheid meer verankerd mag zijn in Maria’s houding van liefde voor de Heer. Maria en Marta zijn echter geen vijanden, maar zussen. Ze staan niet tegenover elkaar met twee onverenigbare manieren van leven. Samen belichamen de zussen juist de waarheid dat vrijgevigheid en liefde voor God met elkaar verweven zijn. Door aan Jezus’ voeten te zitten, laat Maria zien dat al onze dienstbaarheid geworteld mag zijn in een levende relatie met Hem, waarin het luisteren naar Hem de eerste prioriteit is. Dit zet vrijgevigheid in de context van liefde voor God.

Voetnoten

  1. 12 Hij zei ook tegen degene die hem had uitgenodigd: ‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren, in de verwachting dat zij u op hun beurt zullen uitnodigen om iets terug te doen. 13 Wanneer u mensen ontvangt, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit. 14 Dan zult u gelukkig zijn, zij kunnen voor u dan wel niets terugdoen, maar u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.’