God ziet dat Zijn werk goed is

Als we beweren dat de hemel ‘goed’ is en de aarde ‘slecht’, wijst dit op een dualistische visie. We kunnen ook denken dat ‘aardse’ zaken minder belangrijk zijn dan ‘geestelijke’ zaken. Op basis van het scheppingsverhaal kunnen we echter concluderen dat dit ‘dualisme’ niet Bijbels is.

Dwars tegen deze dualistische visie in, verklaart het boek Genesis namelijk op iedere dag van de schepping dat “God zag dat het goed was” (Genesis 1:4, 1 10, 2 12, 3 18, 4 21, 5 25). 6 Op de zesde dag schiep Hij de mens. God constateert dan zelfs dat Zijn werk zéér goed is (Gen 1:31). 7

De mens  – door wie kort daarna de zonde in de wereld zou komen –  is “zeer goed”.
Op basis van deze gegevens uit Genesis  kunnen we dus niet beweren dat onze tastbare wereld in zichzelf slecht is. Ook niet dat een ‘vlucht’ naar een geestelijke wereld onze enige redding is. In de goede wereld die God geschapen heeft, bestaat geen scheiding tussen het geestelijke en het materiële. We vinden in Genesis dus geen bevestiging voor de gedachte dat we onze tijd beter kunnen besteden aan geestelijke dan aan praktische zaken. Het zorg dragen voor de schepping en voor onze dagelijkse ‘materiële’ taken is onderdeel van ons leven in Gods wereld.

Voetnoten

  1. Genesis 1:4 (NBV) 4 God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis;
  2. Genesis 1:10 (NBV)
    10 Het droge noemde hij aarde, het samengestroomde water noemde hij zee. En God zag dat het goed was.
  3. Genesis 1:12 (NBV) 12 De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was.
  4. Genesis 1:18 (NBV) 18 om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis. En God zag dat het goed was.
  5. Genesis 1:21 (NBV) 21 En hij schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en ook alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was.
  6. Genesis 1:25 (NBV) 25 God maakte alle soorten in het wild levende dieren, al het vee en alles wat op de aardbodem rondkruipt. En God zag dat het goed was.
  7. Genesis 1:31 (NBV) 31 God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag.