De sabbat en arbeid

De sabbat is een essentieel onderdeel van de Bijbelse kijk op arbeid. In het Evangelie van Lucas onderwijst Jezus over de sabbat. Werken en ontspanning zijn geen tegenovergestelde krachten maar vormen samen de balans die degelijk werk en complete ontspanning mogelijk maakt. Idealiter levert deze balans de mens voedsel, een dak boven zijn hoofd en gezondheid. Maar in een gevallen wereld zijn er periodes dat dit anders gaat.

Heer van de sabbat (Lucas 6:1-11)1
In dit gedeelte uit Lucas is het sabbat. Jezus en zijn discipelen hebben honger. Ze plukken korenaren in een veld, ze wrijven die stuk tussen hun handen en eten ervan. Enkele Farizeeën zeggen dat dit een vorm van oogsten is en dus werken op de sabbat. Jezus antwoordt dat David en zijn metgezellen de heilige voorschriften ook hadden gebroken toen zij honger hadden. Ze gingen het huis van God binnen en aten de toonbroden die alleen door de priesters mochten worden gegeten. Het lijkt logisch te zeggen dat ‘honger’ het gemeenschappelijke thema is in deze twee passages. En om dus te zeggen: als je honger hebt, is het toegestaan te werken met als doel jezelf te voeden, zelfs als dit de sabbat is. Maar Jezus trekt een iets andere conclusie: “De Mensenzoon is heer en meester over de sabbat” (Luc. 6:5). Dit suggereert dat het houden van de sabbat rust op het begrijpen van het hart van God in plaats van in het maken van gedetailleerde regeltjes en uitzonderingen.

Genezing op de sabbat (Lucas 13: 10-17)2
Enkele genezingen die Jezus deed op de sabbat staan beschreven in het evangelie naar Lucas. Het is wellicht wat kort door de bocht om een theologie over de sabbat enkel en alleen te baseren op de gebeurtenissen in het Lucasevangelie. Maar we kunnen wel zien dat Jezus het ‘hoe en wat’ van de sabbat verbindt aan de behoefte van de mens. Wat de mens nodig heeft, komt op de eerste plaats. Zelfs al is het houden van de sabbat één van de tien geboden. Dit gebod wordt nageleefd en niet verworpen als men op de sabbat voorziet in de behoeften van mensen in nood. Blijkbaar is het Gods hart om mensen in nood te helpen, op ieder moment. De genezing van de kreupele vrouw op de sabbat is hier een prachtig voorbeeld van. “Er zijn zes dagen om te werken,” berispt de verontwaardigde leider van de synagoge de menigte, “kom dus op die dagen om u te laten genezen en niet als het sabbat is” (Luc. 13:14). Jezus begint Zijn antwoord vanuit de wet. Mensen mochten hun dieren water geven op de sabbat, zo zegt de wet. “Mocht deze vrouw, die een dochter is van Abraham en al achttien jaar door satan geboeid werd, op sabbat dan niet uit deze boeien worden losgemaakt?” (Luc. 13:16). De sabbat is bedoeld om goed te doen.

Voetnoten

  1. 1Toen Jezus op sabbat eens door de korenvelden liep, begonnen zijn leerlingen aren te plukken. Ze wreven die stuk tussen hun handen en aten ervan.2Enkele farizeeën zeiden echter: ‘Waarom doet u iets dat op sabbat niet mag?’3Jezus antwoordde: ‘Hebt u dan niet gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen honger hadden,4hoe hij het huis van God binnenging, de toonbroden nam, ervan at en ze uitdeelde aan zijn mannen, ook al mogen alleen de priesters van die broden eten?’5En hij voegde eraan toe: ‘De Mensenzoon is heer en meester over de sabbat.’
    6Op een andere sabbat ging hij naar de synagoge, waar hij onderricht gaf. Daar was ook iemand met een verschrompelde rechterhand.7De schriftgeleerden en de farizeeën letten op hem om te zien of hij op sabbat iemand zou genezen, want dan zouden ze hem op grond daarvan kunnen aanklagen.8Maar hij wist wat ze van plan waren en zei tegen de man met de verschrompelde hand: ‘Sta op en kom in het midden staan.’ Dat deed de man.9Jezus zei tegen de farizeeën en schriftgeleerden: ‘Ik vraag u of men op sabbat goed mag doen of kwaad, of men een leven mag redden of verloren laten gaan.’10Nadat hij hen een voor een had aangekeken, zei hij tegen de man: ‘Strek uw hand uit.’ Dat deed hij en er kwam weer leven in zijn hand.11De schriftgeleerden en de farizeeën raakten bijna buiten zinnen en begonnen onderling te overleggen wat ze met Jezus zouden doen.
  2. 10Hij gaf op sabbat onderricht in een synagoge.11Er was daar ook een vrouw die al achttien jaar bezeten was door een geest die haar ziek maakte. Ze was helemaal krom en kon met geen mogelijkheid rechtop staan.12Toen Jezus haar zag, riep hij haar bij zich en zei tegen haar: ‘U bent verlost van uw ziekte,’13en hij legde haar de handen op. Meteen ging ze rechtop staan en loofde God.14Maar de leider van de synagoge werd boos omdat Jezus op sabbat genas en zei tegen de menigte: ‘Er zijn zes dagen om te werken. Kom dus op die dagen om u te laten genezen en niet als het sabbat is!’15Maar de Heer zei: ‘Huichelaars! Maakt niet ieder van jullie op sabbat zijn os of ezel los van de voederbak om hem te laten drinken?16Mocht deze vrouw, die een dochter is van Abraham en al achttien jaar door Satan geboeid werd gehouden, mocht zij op sabbat niet uit deze boeien worden losgemaakt?’17Toen hij dat zei, stonden al zijn tegenstanders beschaamd, maar de hele menigte was verheugd over de machtige daden die door hem werden verricht.