“en die niet loslaat het werk dat Zijn hand begon”

Op 25 mei publiceerde Koos van Noppen, communicatie medewerker bij de IZB in Amersfoort in het Nederlands Dagblad een pamflet met de titel “Messentrekkers bij de Nachtwacht” te downloaden via www.arocha.nl. Hierin beschrijft hij zijn vervreemdende gevoelens bij het omgaan met de schepping door christenen. Hij constateert dat het overgrote deel van de volgelingen van Jezus een blinde vlek heeft voor het milieu of in ieder geval geen consequenties trekt voor het eigen leven uit de feiten die een kleine minderheid in de kerk hen aanreikt. Ook voor de meeste christenen lijkt het logisch meerdere (vlieg) vakanties per jaar te boeken tegen onwaarschijnlijk lage tarieven, zich zo veel mogelijk te verplaatsen en zoveel mogelijk spullen aan te schaffen. De schade aan de schepping nemen ze kennelijk voor lief. Terwijl de maker van de schepping er bij is en door hen aanbeden wordt.

Ik werd geraakt door zijn opmerking dat hij de begin woorden van elke protestantse kerkdienst niet meer zonder emoties kan aanhoren. Het votum dat eindigt met de woorden : “en die niet loslaat het werk dat Zijn hand begon”. De schepping is God’s werk. De aarde, de natuur, wij mensen, wij zijn door Hem gemaakt. Dat geloven we en dat belijden we. Wij mensen zijn gemaakt naar Zijn beeld en lijken op Hem en hebben de opdracht gekregen om de aarde te bewerken en te bewaren (Genesis 2 : 15). Wat is de rol van het milieu in mijn werk? Kan ik daar wat mee en wil ik daar wat mee? Is op dat terrein ook bekering, omkering nodig? Kan of moet de werkvloer daar een rol in spelen? Kan of moet ik als christen een voortrekkersrol vervullen als het gaat om het milieu, maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid? Als individu en voor zover het mogelijk is binnen het bedrijf waar ik werk of als zelfstandig ondernemer? En hoe doe ik dat dan concreet?

Zonnepanelen, fair trade koffie en geen plastic bekertjes meer is mooi maar daarmee zijn we er niet zegt Koos van Noppen. Hij noemt eenvoudiger leven, langzamer leven als de richting waarin wij als gelovigen een voortrekkersrol zouden moeten willen vervullen. We staan allemaal schuldig in deze materie schrijft hij. En dat lijkt mij helemaal waar. Maar zijn oproep is ook buitengewoon moeilijk te realiseren in een omgeving waar overconsumptie de norm is. Hoe leven wij in dat spanningsveld? Hoe kunnen wij op de werkvloer ook eenvoudiger, langzamer leven? Hoe komen wij en blijven wij in het licht van God’s nabijheid? Van God die niet loslaat het werk dat Zijn hand begon.